Dokter Schuld doet verslag van tyfus-epidemie 1868/1869 in Meerkerk, Ameide e.o.

In ons land kwam rond 1868/1869 veel tyfus voor. Doordat men nog in het duister tastte over de  precieze oorzaak van de ziekte, waren gemeenten verplicht om bij te houden waar de ziekte voorkwam en welke condities er heersten. Jaarlijks werd hierover door het Geneeskundig staatstoezicht verslag uitgebracht. Dokter J.F. Schuld, heel- en vroedmeester in Meerkerk, deed in 1870 nauwkeurig verslag van de tyfusgevallen die hij in zijn praktijk mee maakte.

Zuid-Holland
Tegenwoordig weten we dat tyfus een infectie met bacteriën is, die zich in verschillende vormen voor kan doen. Paratyfus en buiktyfus zijn darminfecties die meest verspreid worden door consumptie van water en/of voedsel dat besmet is met faeces of urine van patiënten of dragers. Vlektyfus wordt verspreid door kleerluizen, waarbij slechte hygiënische omstandigheden (oorlogen/hongersnoden) vaak een rol spelen.

In 1869 stierven in Zuid-Holland 605 mensen aan de ziekte, in 1868 waren dat er 661. Van die 605 mensen kwamen er 178 uit gemeenten die groter waren dan 10.000 inwoners. De overige 427 kwamen uit kleinere gemeenten. In de hele provincie stierf 1 op de 1144 inwoners aan deze ziekte, in kleinere gemeenten was dat 1 op 817. Op het platteland, waar men dikwijls midden tussen vuilnishopen en stinkende sloten leefde, was de gezondheidstoestand dus slechter.

Zo kwamen er in de laatste maanden van 1868 en in januari / februari 1869 in Ameide meerdere gevallen voor. In oktober 1868 vertoonde de ziekte zich opnieuw. In sommige gezinnen werden meerdere personen aangetast en soms bezweek men aan de ziekte.

Dokter Schuld uit Meerkerk stelt dat hij in juni 1868 in Ameide voor het eerst tyfus constateerde bij een bejaarde vrouw (no.1). Zij stierf aan de ziekte. De dokter stelt in zijn verslag dat ze niet behoorde tot de uiterst armoedige klasse, zindelijk was en geheel alleen een niet zeer ruim vertrekje bewoonde dat voorzien was van één deur, raam en bedstede; de ruimte was voldoende.
Het vormde het eerste geval van tyfus sinds 1861.

In september 1868 werd een 12-jarige jongen in Meerkerk ziek (no.2). Hij woonde met moeder en broertje in een huis waar voldoende ruimte en lucht was. Toch waren er ongunstige hygiënische omstandigheden – gebrek aan zindelijkheid, lage verdieping en vochtige stenen vloer. De jongen herstelde.

De volgende patiënte (no.3) was een 24-jarig meisje in Leerbroek. De woning waar zij verbleef was klein. Een aan de hellende binnenzijde van een kade (‘kaai’) gelegen huisje, waarin voor de moeder, een oudere en jongere zus en een jonger broertje eigenlijk te weinig ruimte was. De slaapsteden waren slecht en de vloer was vochtig – niet eens met tegels bedekt. De bodem voor en achter de kaai was laag en week: voor moerassig, achter – bij enigszins hoog polderwater – nat. Het meisje overleed aan tyfus. Enige dagen daarna werd een jonger zusje (no.4) ziek. Zij herstelde gelukkig wel. De oudere zus verzorgde haar beide zusjes. Tijdens de ziekte van haar 2e zusje beviel zij, gelukkig had het kraambed een “geregelde loop”, aldus dokter Schuld. *Uit de Burgerlijke stand van Leerbroek blijkt dat dit het gezin van Dirk de Jong (overleden in 1855) en Jacoba Both betreft. Hun dochter Teuntje overleed op 28 september 1868. Hun dochter Pietertje de Jong (toen nog ongehuwd) beviel op 2 oktober 1868 van een zoon. De kleine Dirk de Jong overleed 11 weken later.

Overlijdensakte van Teuntje de Jong, 21 jaar, dochter van Dirk de Jong & Jacoba Both.
Dokter Schuld deed aangifte van de geboorte van Dirk, zoon van Pietertje de Jong.

Ongeveer tegelijkertijd kwam een vrouw van ruim 50 jaar (no.5) in Hei- en Boeicop en een man van 35 in Lexmond (no.6) onder behandeling van de dokter. Beiden behoorden tot de gegoede boerenstand. De woningen waren ruim, niet overbevolkt en de zindelijkheid liet, vooral bij de vrouw, niets te wensen over. Beiden herstelden – de 35-jarige man uiterst langzaam.  Het was inmiddels eind september.

In oktober deed zich een ziektegeval voor in Arkel, bij een gezin waarvan een dochter enkele dagen ervoor aan de ziekte overleden schijnt te zijn. Nu was het de 20-jarige dochter (no.7) die ziek werd. Later volgden ook haar 24-jarige zus (no.10) en een zusje van 13 jaar (no.11). De ouders waren zeer gegoede, zindelijke boerenlieden. De woning was ruim en voldoende voor deze bewoners. De woning lag vrij hoog, dicht tegen de Lingedijk. Dokter Schuld achtte het heel wel mogelijk dat de vloeren van de woning vochtiger waren dan gewenst. Dit ontstond door het kwelwater van de Linge.

In diezelfde maand werd in Leerbroek ook de zus van de eerder genoemde vrouw, ziek. Al deze gevallen stonden geheel op zichzelf, de zieken kenden elkaar niet en ook waren ze niet met andere tyfuspatiënten in aanraking geweest. Voor geen van de genoemde gemeenten was sprake van een epidemie.

Vanaf 3 oktober breidde de ziekte zich uit, vooral in Ameide en Meerkerk. Deze plaatsen liggen in een hoek, waarbij de Lek in het noorden en het Zederikkanaal in het oosten het gebied begrenzen.

In Meerkerk deed zich nog een geval voor. Een meisje van 10 jaar, wonende in de Tolstraat, werd ziek (no.8). De ouders waren zeer “zindelijke, gegoede menschen:”. De woning ruim, hoog en droog gelegen, lucht en licht ontbraken niet. Ook een 9-jarige jongen, wiens ouders niet tot de zeer armen behoorden, werd ziek (no.9). De woning waar hij woonde was zindelijk, maar voor het aantal bewoners te klein, somber, laag van verdieping en had een natte vloer en vochtige bedsteden.

Hierna deed de ziekte zich voor bij de eerder genoemde zusjes (no.10 en 11) in Arkel. In oktober was er ook een ziektegeval in Leerbroek, bij een gehuwde zus van no. 3 en 4. Deze zus (no.12) woonde dichtbij haar ouders en zussen, in een voor het aantal bewoners ruim en licht genoeg huisje. Het stond echter op een weke, meest vochtige bodem, terwijl ook de zindelijkheid van deze niet zeer bemiddelde mensen, veel te wensen over liet.

In Hei- en Boeicop volgde hierna een jongen van 7 jaar (no. 13). Hij was de zoon van de vrouw die hierboven onder no.5 genoemd staat. Ook een getrouwde 30-jarige vrouw, de buurvrouw van de nrs 5 en 13 in Hei- en Boeicop, bleek door tyfus aangetast (no.14). Deze vrouw hoorde tot de arbeidersstand. Het gezin had het niet breed en bewoonde één, wel ruim, vertrek met hoge verdieping. De grond van dit huis lag lager dan het huis van de buren (bewoond door de nrs 5 en 13) en het was hier niet onzindelijk. Tussen dit huis en dat van de buren lag een akker bouwland.

Eind oktober werd een 16-jarige jongen in Ameide (Sluis) ziek. Hij woonde bij zijn ouders in een klein huisje buitendijks. De vrouw des huizes was zeer zindelijk. De jongen, die als polderwerker in Gouda werkte, was ziek thuis gekomen met continue koorts.

Een 20-jarig meisje te Lexmond (no.16), bij gegoede burgerlieden, die een lage, smalle, van weinig lucht en licht voorziening woning met een vochtig achtervertrek in gebruik hadden (onvoldoende voor een gezin van 7 volwassen personen), was de eerste die in november onder behandeling kwam. Zij herstelde, maar het duurde erg lang.

Minder gunstig verliep de ziekte bij een 40-jarige landbouwer (no. 17) in Leerbroek, die qua hygiënische omstandigheden toch gunstig bedeeld was. Hierna volgden nog veel meer gevallen in Meerkerk en Ameide, die echter niet stuk voor stuk door de dokter beschreven werden.

1869
In januari 1869 deed zich de ziekte voor bij een 40-jarige man in Lexmond (no. 46). Hij bewoonde een zindelijke arbeiderswoning. Het huisje had een lage kamer en zolder, met weinig licht.

In februari 1869 werd een gegoede landbouwer te Tienhoven ziek (no. 47). Spoedig overleed hij. In deze maand kamen in Ameide veel gevallen van parotitis (de bof) voor. Een verband met de tyfus kon dokter Schuld niet leggen.

Hierna sluimerde de tyfusepidemie. In maart kwamen maar 2 gevallen voor: één in Nieuwland (no.48) bij een boerenarbeider. Niet slecht behuisd en niet tot de onzindelijken behorend, hoewel hij weinig verdiensten had op dat moment. Een tweede geval betrof een 12-jarige jongen in Tienhoven (no.49).  Zijn ouders behoorden tot de arbeidersklasse en rond deze tijd waren ze  armlastig in verband met gebrek aan werk. Ze woonden in een ruim, droog achterhuis van een aan de dijk gelegen perceel.

In april openbaarde de ziekte zich in een gezin, “waar armoede en een soort van fatsoen, strijd voerden”. Een jongen van 11 jaar werd ziek (no.50). De woning bleek droog, ruim en zindelijk en lag aan de binnenzijde van de zgn. Zouwendijk in Meerkerk. Een dijk die veel kwelwater van de boezem doorliet. Een afzonderlijk afdak van het huis bevatte de slaapplaatsen. In dit deel ontbraken bijna alle vereisten voor een goed slaapvertrek. Gedurende de ziekte van de jongen werden ook zijn beide broertjes ziek (no.51 en 52).  

Hierna werd ook in een huis aan de buitenzijde van de Zouwendijk een jongen ziek. Deze 15-jarige (no.53) kwam uit een groot gezin dat in een veel te klein huisje leefde. Qua zindelijkheid liet het veel te wensen over. De vloeren waren nat, de bedsteden bedompt en vochtig. Bij hoog water in de boezem stond het achterste deel van het huis blank.

Een al op gevorderde leeftijd, stillevende, rustend landbouwer, met voldoende verdiensten, woning en levenswijze, werd nog in diezelfde maand ziek (no.54). Verder deden zich in april en mei bijna geen ziektegevallen voor, op 2 kinderen in Arkel na. Een meisje van 14 (no.55) en een jongen van 12 (no.56) bij gegoede boerenlieden, die een hofstede bewoonden gelegen naast het huis waarin het jaar ervoor de ziektegevallen no.7, 10 en 11 voor kwamen. Het huis en de ligging verschilden niet van het andere huis in Arkel. Beide huizen lagen niet ver van elkaar. Ze werden gescheiden door enkele bouwakkers, dus een vrij grote ruimte.

In juni werd een oude man in Meerkerk ziek. Wonend in het huisgezin van een landbouwer, aan de binnenzijde van eerder genoemde Zouwendijk (no.57). In dit gezin liet aan weelde en zindelijkheid niets te wensen over. Hierna volgden nog een 14-jarige jongen uit een talrijk gezin in een klein huisje in Leerbroek (no.58), waar het vuil en smerig was. Een bejaarde man in een ruim, nieuw gebouwd huis, onder Nieuwland, behorend tot de zeer gegoede en zindelijk levende boerenstand was de laatste zieke van juni (no.59). Voor geen van deze plaatsen – voor zover bekend bij dokter Schuld – had dit verdere gevolgen.

In juli deed zich bijna geen tyfus voor, alleen in Hei- en Boeicop waar de vrouw van de onderwijzer ziek werd (no.60) en bijna tegelijkertijd ook een andere, pas getrouwde jonge vrouw (no. 61). Gedurende de ziekte van de onderwijzersvrouw, hield men de school gesloten. In die tijd werden ook 3 kinderen van de onderwijzer ziek (no. 62, 63 en 64). In beide gezinnen kon dokter Schuld geen schadelijke invloeden aan te wijzen.

In augustus stak de ziekte de kop weer op in Meerkerk. De eerste patiënt die maand was een vrouw van 20 jaar, wonend in een laag, klein en vochtig huisje aan de weg van Meerkerk naar Ameide (no. 65). Zij kende geen armoede en was ook zindelijk. Het volgende geval betrof een 17-jarige jongen (no.66), wiens ouders niet zeer kies waren. Ze bewoonden een voor het personeel te klein, somber, vochtig huisje met slechte slaapsteden aan de buitenzijde van de Zouwendijk. Dit huisje, of liever die woning A1, maakt deel uit van een door drie gezinnen bewoond pand A. In A2 woonde een zindelijke weduwe met drie kinderen, waarvan een meisje (no.67) korte tijd na no. 66 ziek werd. Haar woning was niet ruim en vochtig. Een jonger broertje van no. 66 was de volgende zieke (no. 68) en in A2 werd het 8-jarig zoontje van de weduwe ziek (no. 69). Daarna volgde nog een jongen van 19 die in A1 woonde (no. 70). Hij bleek hevig aangetast.  In A3 woonde een gezin met veel kinderen. Man en vrouw gingen beiden uit werken, waardoor het in hun huis allesbehalve zindelijk en helder was. Toch deed zich in deze woning, met dezelfde eigenschappen als A1 en A2, geen ziektegeval voor.

In Meerkerk trof de ziekte in diezelfde tijd een 69-jarige vrouw (no. 71). Zij woonde helemaal aan de andere kant van de gemeente (Tiendweg) in een somber, maar zeer zindelijk gehouden huisje. Zij overleed aan de ziekte. [NB. Uit de Burgerlijke Stand van Meerkerk blijkt het te gaan om Elizabeth Tukker, weduwe van Gerrit van Veen] Nog in diezelfde maand werden, weer aan de Zouwendijk (binnenzijde), op kleine afstand van de ziektegevallen no. 50-52 (er lag alleen een tuin tussen), twee kinderen ziek (no.72 en 73). De woning en verdere omstandigheden was gelijk aan de gevallen no. 50 – 52.

Overlijdensakte van Elizabeth Tukker, weduwe van Gerrit van Veen.

Twee dochters van no. 71 verhuisden na de dood van hun moeder naar de zogeheten Bazeldijk. Ze betrokken een ruim, droog en hoog gelegen voorhuis van een aan de binnenzijde van de dijk staand woonhuis. Voordat zij in deze woning trokken werd het 7-jarig dochtertje van de eigenaar ziek (no.74). De eigenaar verkeerde in goede doen en bewoonde het achterste, wel wat sombere, maar verder ruime deel van het pand. Zijn dochtertje werd door de ziekte weggerukt. Spoedig nadat de beide zusters het voorhuis betrokken werd de oudste, een naaister van 30 jaren, ziek (no. 75).

In de kom van het dorp Meerkerk werd een 70-jarige gegoede burgervrouw ziek. Ze woonde in een ruim, helder, maar van slechte slaapsteden voorzien huis. Ze was het laatste ziektegeval van die maand. Wel kwam een 25-jarige arbeidster (no.77) wonend aan de dijk in Ameide eind augustus onder behandeling. Zij was de enige tyfuspatiënte, die in september behandeld werd.

Hoewel het leek alsof de tyfus verdwenen was, deed zich in oktober een nieuw geval voor. Het betrof een 12-jarig meisje, dat met ouders, zusje en broertje in een slechte, benauwde en onzindelijke woning woonde. Deze stond aan de buitenzijde van het nog tot de kom van het dorp behorende deel van de Zouwendijk.

Aan de andere zijde van het dorp, in een woning aan de kant van het Zederikkanaal, overleed in oktober een arme, onder “nederdrukkende invloeden levende bejaarde vrouw” (no.79).

Een geval (no.80) in Hei- en Boeicop was twijfelachtig. Dit en nog een hevig geval bij een jongen van 10 jaar (no.81) in Meerkerk (bij smerige, behoeftige ouders) waren de enige gevallen die als tyfus aangemerkt konden worden.

In december waren er echter weer 3 gevallen. Eén bij een 70-jarige astma-patiënt (no.82) die tot de rijken en zeer aanzienlijken behoorde en in een ruim huis in de kom der gemeente woonde. De tweede was een 32-jarige ongehuwde man van boeren komaf (no.83). Vrij gegoed, ordelijk en zindelijk leven in een huis aan de binnenzijde van de Bazeldijk, buiten de kom der gemeente.

Een 16-jarig meisje dat een eindje verder op diezelfde dijk woonde, onder gunstige hygiënische omstandigheden (no.84), was het laatste aangetaste en herstelde tyfusgeval van 1869.

Het jaar 1870 begon zonder dat zich gevallen van tyfus voor deden.

Van genoemde 84 tyfusgevallen kwamen er 41 voor in Meerkerk, 17 in Ameide, 2 in Tienhoven, 3 in Lexmond, 9 in Hei- en Boeicop, 5 in Leerbroek, 2 in Nieuwland en 5 in Arkel. Hiervan verkeerden er 43 onder gunstige omstandigheden (waarvan er 7 overleden = 1 op 6). Onder ongunstige omstandigheden verkeerden er 41 (waarvan er 10 bezweken aan de ziekte = 1 op 4).

Water
Dokter Schuld dacht niet dat het drinkwater oorzaak kon zijn, want inwoners van Ameide dronken, bijna zonder uitzondering, water uit de Lek. Die van Meerkerk gebruikten water uit het Zederikkanaal en de hier en daar verspreide bewoners dronken water uit weteringen en sloten. De dokter weet de ziekte meer aan het gebruik van ondoelmatige, dichte, bedompte, hier en daar in een hoek, getimmerde bedesteden, voorzien van geheel gesloten deuren. Meer waarschijnlijk nog was de stand van het grondwater de oorzaak. Gedurende de winter 1867 – 1868 was een groot deel van het gebied, door regenwater blank gezet. Niet alleen het land, maar ook de wegen waren geheel overstroomd. In de polders Bloemendaal en Meerkerksbroek was men door hoge rivierstanden en windstilte, het langst verhinderd om polderwater uit te water aan de Elshout. Pas toen ver in de zomer de gelegenheid gunstig werd, moest het water zo laag mogelijk worden weggepompt om de landerijen droog te krijgen. Wellicht vond op de droog wordende percelen, een gistings- en rottingsproces plaats, wat als zeer ongunstig aangemerkt kon worden, waardoor de ziekte zich uitbreidde. In Tienhoven, grenzend aan Ameide, was een mesthoop langs de muur van een huis waarin tyfus voorkwam.

Bij de behandeling van de patiënten zorgde dokter Schuld voor luchtverversing, het wassen met azijn en het bevorderen van zindelijkheid.

Uit de opgaven die de dokter deed bleken zich 4 huis-epidemieën voorgedaan te hebben: 2 in Meerkerk (5 en 3 patiënten in één woning), 1 in Arkel en 1 in Hei- en Boeicop (beide gevallen 4 patiënten in 1 gezin). Bovendien waren in 13 huisgezinnen 2 tyfuspatiënten behandeld: in Meerkerk 5, in Ameide 5 en in Arkel, Hei- en Boeicop en Leerbroek één in een gezin. Bij 31 van de 84 tyfusgevallen was een oorzakelijk verband met andere gevallen aantoonbaar.

Tot aanvulling van dit alles kan omtrent Ameide nog gesteld worden dat de geneeskundige in die plaats nog 2 tyfusgevallen waarnam in oktober, 5 in november, 4 in december 1868 en 3 in januari 1869.

In Vianen kwam in 1868 ook veel tyfus voor. In maart 1869 deden zich 2 gevallen voor in 1 gezin: moeder en dochter. In de meeste, vooral grote gezinnen, werd meer dan 1 persoon aangetast. Een groot huisgezin, waarin 5 tyfusgevallen waren, bewoonde een klein, vochtig vertrek, waar de luchtverversing zeer slecht was. Voor deze woning lag de zinkput van een open riool. Naast die put was een pomp, die dikwijls stinkend water gaf en waarvan de welput op ruim één meter afstand van de secreetput lag. Evenals de welput was ook die secreetput los gestapeld, zodat de bodem helemaal met faecaliën doortrokken was. De pomp werd dan ook gesloten.

Met dit bovenstaande verslag van dokter Schuld krijg je een beeld van hoe men toen tegen de ziekte aan keek en van de armoedige omstandigheden waarin veel gezinnen zich bevonden.

Bron voor bovenstaande gegevens: “Verslag aan de Koning van de Bevindingen en Handelingen van het Geneeskundig Staatstoezigt in het jaar 1869”.

2 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s